ECLI:NL:HR:2004:AO8023
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- J.C. van Oven
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep tegen tweede gemeente in onteigeningszaak
In deze zaak ging het om een geschil tussen drie eisers en twee gemeenten in Rotterdam over de onteigening van een onroerende zaak, bestaande uit een winkelruimte met twee bovenwoningen. De eerste gemeente had een rechter-commissaris en deskundigen benoemd en de tweede gemeente gedagvaard voor de rechtbank om de onteigening te effectueren en schadeloosstelling vast te stellen.
De rechtbank had bij vonnis de onteigening vervroegd uitgesproken en een voorschot op schadeloosstelling toegekend. Later werd de schadeloosstelling voor een van de eisers op nihil gesteld en werd zij veroordeeld tot terugbetaling van het voorschot met rente. De eisers stelden beroep in cassatie in tegen dit vonnis.
De Hoge Raad oordeelde dat de eisers niet-ontvankelijk waren in hun beroep voor zover dit gericht was tegen de tweede gemeente, omdat deze niet samen met de eerste gemeente als verweerster in cassatie kon worden betrokken. Voor het overige werd het beroep verworpen. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De eisers werden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een bedrag van €1.681,33. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president A.G. Pos en raadsheren J.C. van Oven en C.J.J. van Maanen op 25 juni 2004.
Uitkomst: Eisers zijn niet-ontvankelijk verklaard voor zover het beroep tegen de tweede gemeente was gericht en het beroep is voor het overige verworpen.