ECLI:NL:PHR:2004:AO8023
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadeloosstelling bij onteigening zonder uitzicht op voortzetting huurovereenkomst
In deze zaak gaat het om een onteigeningsprocedure waarbij de gemeente Rotterdam een onroerende zaak onteigende ten behoeve van een bestemmingsplan. Eisers, een vennootschap onder firma die een coffeeshop exploiteerde in het pand, vorderden schadeloosstelling wegens onteigening. De Rechtbank had vastgesteld dat op het moment van inschrijving van het onteigeningsvonnis geen uitzicht bestond op voortzetting van de huurovereenkomst, mede vanwege ontbinding wegens huurachterstand en het verlopen van de exploitatievergunning.
Eisers hadden geen incidentele conclusie tot tussenkomst genomen in het geding bij de Rechtbank en werden daarom niet als procespartij vermeld in de vonnissen. De Rechtbank stelde de schadeloosstelling vast op nihil en veroordeelde eisers tot terugbetaling van het betaalde voorschot.
De Hoge Raad bevestigt dat eisers wel cassatieberoep kunnen instellen ondanks het ontbreken van tussenkomst, maar verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht is tegen de gemeente als voormalige eigenaresse. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de Rechtbank dat geen uitzicht bestond op voortzetting van de huurovereenkomst op de peildatum niet onbegrijpelijk is en dat de huurachterstand geen onteigeningsgevolg is. Het beroep wordt verder verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling wordt vastgesteld op nihil.