ECLI:NL:HR:2004:AO8215
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling reisdagen volgens Nedeco-regeling bij belastingaanslag 1999
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 111.339. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 100.477.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak van het Hof. Het centrale geschil betrof de uitleg van de Nedeco-regeling 1995 omtrent de definitie van 'reisdagen' voor de kostenaftrek bij uitzendingen naar het buitenland.
De Hoge Raad oordeelde dat de Nedeco-regeling 1995 niet beperkt is tot verblijfsdagen in aangewezen gebieden, maar dat reisdagen ook de dagen van terugreis naar Nederland omvatten. In dit geval had belanghebbende een terugreis van twaalf dagen vanuit het Caribische gebied naar Den Helder, welke dagen terecht als reisdagen werden meegeteld bij de kostenaftrek. Het feit dat belanghebbende tijdens deze reisdagen op het schip werkte, deed hieraan niet af.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Daarmee bleef de uitspraak van het Hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof blijft in stand.