ECLI:NL:HR:2004:AO8555
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag door Havenbeveiligingsdienst
Eiser heeft bij de kantonrechter gevorderd dat Havenbeveiligingsdienst (HBD) wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter wees de vordering af, wat door eiser werd bestreden in hoger beroep bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen. De klachten van eiser leiden niet tot cassatie en behoeven geen nadere motivering, aangezien zij niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leiden. Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van lagere instanties dat het dienstverband niet kennelijk onredelijk is beëindigd en dat de vordering tot schadevergoeding niet toewijsbaar is. De Hoge Raad benadrukt hiermee de terughoudendheid bij het toetsen van ontslagbeslissingen door werkgevers.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de eerdere afwijzing van de vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag blijft in stand.