ECLI:NL:HR:2004:AO9043
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid bestemmingsheffing Meststoffenwet 1998
Belanghebbende heeft voor het jaar 1998 een bedrag van ƒ 100 aan bestemmingsheffing op grond van de Meststoffenwet voldaan. Tegen dit bedrag maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur Bureau Heffingen ongegrond werd verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij het Hof, dat het beroep eveneens ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende, die onder meer betrekking hadden op de tariefstelling van de bestemmingsheffing en de toepassing van de Meststoffenwet. De Raad concludeerde dat de wet geen discriminatoire bepalingen bevat en dat de tariefstelling afhankelijk mag zijn van een accountantsverklaring. Tevens werd bevestigd dat belanghebbende correct was uitgenodigd tot het doen van aangifte.
De Hoge Raad vond geen aanleiding om de klachten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 23 april 2004.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de bestemmingsheffing blijft gehandhaafd.