ECLI:NL:HR:2004:AO9496
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verplichtingen bij overname failliete onderneming en derdenbeding jegens werknemers
De zaak betreft een geschil tussen Taxicentrale Middelburg B.V. (TCM) en een voormalige werknemer ([verweerster]) van een failliete taxicentrale die door TCM is overgenomen. [Verweerster] vorderde loon en emolumenten op grond van een arbeidsrelatie die zij meende voort te zetten na de overname. TCM bood haar een andere arbeidsovereenkomst aan, die zij niet accepteerde.
De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat de overnameovereenkomst tussen TCM en de curator een derdenbeding bevatte ten gunste van de werknemers, waaronder [verweerster]. Dit derdenbeding verplichtte TCM om arbeidsovereenkomsten aan te bieden die in grote lijnen overeenkwamen met de eerdere overeenkomsten. TCM was tekortgeschoten in deze verplichting en moest schadevergoeding betalen.
In cassatie betwistte TCM dat er sprake was van een derdenbeding en stelde dat de overeenkomst slechts rechten en verplichtingen tussen TCM en de curator schiep. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat een dergelijke overnameovereenkomst doorgaans een derdenbeding inhoudt dat werknemers een rechtstreeks recht geeft jegens de overnemende partij.
De Hoge Raad benadrukte dat de uitleg van het beding moet plaatsvinden aan de hand van alle omstandigheden en de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Ook stelde de Hoge Raad dat het ontbreken van een expliciete uitdrukking van het derdenbeding niet uitsluit dat het toch bestaat. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde TCM in de kosten van het geding.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat TCM een derdenbeding schond en schadevergoeding moest betalen aan de werknemer.