ECLI:NL:HR:2004:AO9511
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over teruggaaf BPM bij rouwvolgvervoer zonder taxivergunning
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) over de jaren 1995 en 1996. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar, maar het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat het rouwvolgvervoer onder het vergunningstelsel van de Wet personenvervoer viel. De Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen beperkt de teruggaaf van BPM tot auto's die worden gebruikt voor taxivervoer waarvoor een vergunning vereist is.
Omdat de auto's gemiddeld 20% werden gebruikt voor rouwvolgvervoer, waarvoor geen vergunning vereist is, kon deze ritten niet worden meegeteld voor de teruggaaf. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verklaarde het beroep van de Staatssecretaris gegrond, waardoor het beroep tegen de aanslag ongegrond bleef.
De Hoge Raad wees geen proceskosten toe en deed de zaak af met dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van de Staatssecretaris gegrond en verklaart het beroep tegen de naheffingsaanslag ongegrond.