ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ1410
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P. Fortuin
- N. van Beelen
- W.E.M. van Nispen tot Sevenaer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake teruggaaf BPM en kwalificatie taxivervoer bij vakantie ritten
Belanghebbende exploiteerde een taxibedrijf en had voor zijn taxi's teruggaaf van BPM ontvangen. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op omdat tijdens vakantie ritten naar Spanje met familieleden een bedrag werd verrekend dat volgens hem niet als taxivervoer in de zin van de Wet Personenvervoer 2000 kon worden aangemerkt.
De Rechtbank had het geschil deels in het voordeel van belanghebbende beslist, maar de naheffingsaanslag voor één auto gehandhaafd. In hoger beroep breidde belanghebbende het geschil uit en voerde aan dat ook voor die auto de naheffing onterecht was.
Het Hof beoordeelde de aard van de ritten naar Spanje en concludeerde dat deze ritten wel degelijk onder de definitie van taxivervoer vallen, omdat personen tegen betaling werden vervoerd en de ritten in de uitoefening van het taxibedrijf plaatsvonden. De stelling van de Inspecteur dat het ontbreken van een taximeter en rittencontroledocument de ritten uitsluit als taxivervoer werd verworpen als innerlijk tegenstrijdig.
Daarmee oordeelde het Hof dat de naheffingsaanslagen onterecht waren opgelegd en bevestigde het oordeel van de Rechtbank, zij het op andere gronden. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en werd griffierecht geheven van de Staat.
De uitspraak bevestigt dat voor de teruggaaf van BPM de ritten als vergunningplichtig taxivervoer moeten worden aangemerkt en dat het niet voldoen aan administratieve voorwaarden niet leidt tot het vervallen van deze kwalificatie.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond en vernietigt de naheffingsaanslagen BPM voor de auto's B en C.