ECLI:NL:HR:2004:AO9645
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.L.M. Urlings
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen handelen in strijd met de Wet wapens en munitie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de oude Wet wapens en munitie. Het hof vernietigde een eerder vonnis van de rechtbank Amsterdam en legde een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden op, inclusief onttrekking aan het verkeer van de wapens.
De Hoge Raad nam kennis van het schriftelijk commentaar van de raadsman van verdachte en concludeerde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. Er waren geen rechtsvragen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom verwierp de Hoge Raad het beroep van verdachte zonder nadere motivering en bevestigde het de strafoplegging en onttrekking aan het verkeer zoals door het hof bepaald.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot drie jaar en zes maanden gevangenisstraf voor medeplegen van verboden wapenhandel.