ECLI:NL:HR:2004:AO9806
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest poging tot diefstal wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte samen met anderen zonder toestemming een woning was binnengedrongen met het oogmerk om goederen weg te nemen, maar de uitvoering van het misdrijf niet had voltooid.
De bewezenverklaring was gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer en meerdere getuigen, alsmede op politieprocessen-verbaal die het betreden van de woning en het gedrag van verdachte en medeverdachten beschrijven. Het hof had ook meegewogen dat verdachte en een medeverdachte ten tijde van de zitting reeds enkele maanden gedetineerd waren wegens andere vermogensmisdrijven.
De Hoge Raad oordeelt dat het betrekken van het voorarrest in een andere strafzaak bij de motivering van de bewezenverklaring niet toelaatbaar is en dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Leeuwarden voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
De advocaten van verdachte hadden een middel van cassatie ingediend, maar het schriftelijk commentaar op de conclusie van de Advocaat-Generaal kwam niet tijdig binnen. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep toe op het punt van de motivering van de bewezenverklaring, zonder inhoudelijk te oordelen over de schuldvraag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring.