ECLI:NL:HR:2004:AP0186
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op bijzondere medische redenen bij ademonderzoek volgens Wegenverkeerswet 1994
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en eenvoudige belediging van een ambtenaar. Verdachte stelde dat hij vanwege longproblemen niet in staat was de ademtest te voltooien en dat de verbalisanten hadden moeten nagaan of hij toestemming wilde geven voor een bloedproef.
Het hof oordeelde dat verdachte tegenover de verbalisanten niet ondubbelzinnig een beroep had gedaan op bijzondere medische redenen zoals bedoeld in artikel 163, derde lid, WVW 1994. De verbalisanten hadden geen aanwijzingen dat verdachte om medische redenen niet kon meewerken en mochten aannemen dat hij opzettelijk niet voldeed aan de ademtest.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Het hof heeft geen onjuiste rechtsopvatting gegeven en het oordeel is begrijpelijk gemotiveerd. Verdachte heeft nagelaten duidelijk te maken dat medische redenen het ademonderzoek onwenselijk maakten, waardoor het beroep op artikel 163, derde lid, faalt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling voor overtreding van artikel 163 WVW 1994 blijft in stand.