ECLI:NL:HR:2004:AP1495
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek inzake infiltrant en uitlokking cocaïnetransport Orion-vliegtuig
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de aanvrager is veroordeeld voor medeplegen van het transporteren van cocaïne met een Orion-vliegtuig. De aanvrage stelt dat een betrokkene als infiltrant en informant voor de CID te Curaçao heeft gefungeerd en de aanvrager en mededaders heeft uitgelokt tot het strafbare transport. Diverse verklaringen, interviews en brieven werden overgelegd ter onderbouwing.
De Hoge Raad oordeelt dat de stellingen onvoldoende aannemelijk zijn en dat zelfs als deze waar zouden zijn, zij geen novum vormen dat tot een andere uitkomst in de strafzaak zou leiden. Het hof had reeds overwogen dat de opzet van de verdachten niet door de vermeende uitlokking werd gewijzigd. Ook de ontkenning van de informantenrol door de betrokkene onder ede en de mogelijke onjuiste verklaring van de Officier van Justitie vormen geen novum.
Het hof was bekend met het gebruik van informanten in het onderzoek en heeft de verklaringen van de betrokkene niet voor bewijs gebruikt. De Hoge Raad concludeert dat geen ernstig vermoeden bestaat dat het onderzoek of de tenuitvoerlegging van het vonnis onrechtvaardig is geweest. Daarom wordt het verzoek tot herziening ongegrond verklaard en blijft de veroordeling van acht jaar gevangenisstraf in stand.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen en de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf blijft in stand.