Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
"nee"of
“dit is niet van toepassing”beantwoord. Dat betekent dat er volgens de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] geen sprake was van dat:
"characterised by the police setting up a private individual to collect evidence in a criminal case"- wenste het EHRM niet te accepteren dat
"investigating authorities (...) evade their responsabilities under the Convention by the use of private agents”.
“Jij helpt ons en wij helpen jou.”
In deze zaak uit 2003 werd aangevoerd dat in de strafzaak van de aanvrager sprake was geweest van zodanige ernstige onregelmatigheden en van het onttrekken van de opsporing aan rechterlijke toetsing, dat, ware de rechtbank daarmee bekend geweest, zij het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou hebben verklaard in de vervolging, althans de aanvrager zou hebben vrijgesproken van het hem onder 1 tenlastegelegde. Daartoe werd aangevoerd dat tijdens de behandeling in hoger beroep van de strafzaak van een medeverdachte was gebleken dat in de zaak van de aanvrager een burgerinfiltrant was ingezet door, althans onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie. Verder werd aangevoerd dat het openbaar ministerie in de zaak tegen een medeverdachte door het hof deels niet-ontvankelijk was verklaard in de vervolging, wegens het aandeel dat deze infiltrant ten gevolge van gebrek aan toezicht en controle door de RCID had gehad in een aantal van de in die zaak ten laste gelegde feiten. De Hoge Raad achtte de aanvraag kennelijk ongegrond en overwoog daartoe dat:
Ter illustratie wijs ik op de arresten van de Hoge Raad in zes samenhangende zaken waarin het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk had verklaard in de vervolging. In de zaak van de verdachte die door een criminele burgerinformant was uitgelokt tot het plegen van het strafbaar feit waarvoor hij werd vervolgd, liet de Hoge Raad de beslissing van het hof in stand. [8] In de zaken van de medeverdachten die niet door de criminele burgerinformant waren gebracht tot het begaan van het strafbare feit waarvoor zij werden vervolgd, maar het openbaar ministerie naar het oordeel van het hof de verdediging niet tijdig had geïnformeerd over de handelswijze van de criminele burgerinformant, vernietigde de Hoge Raad de arresten van het hof. [9]