ECLI:NL:HR:2004:AP1537
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over uitleveringsverzoek VS en tapgegevens zonder voorafgaand verlof
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die uitlevering van een persoon aan de Verenigde Staten van Amerika ontoelaatbaar verklaarde. De rechtbank baseerde dit op het feit dat tapgegevens zonder voorafgaand verlof aan de Amerikaanse autoriteiten waren verstrekt, wat volgens de rechtbank de persoonlijke levenssfeer schond en in strijd was met artikel 8 EVRM Pro.
De Hoge Raad overweegt dat de uitleveringsrechter in beginsel niet mag toetsen aan de rechtmatigheid van het verkregen bewijs, tenzij er sprake is van een risico op flagrante inbreuk op rechten uit artikel 6 EVRM Pro. De enkele omstandigheid dat de tapgegevens zonder verlof zijn verstrekt en door de VS zijn gebruikt, levert volgens de Hoge Raad geen dergelijk risico op.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden uitspraak en beveelt dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen voor een zitting over het uitleveringsverzoek. Hiermee wordt bevestigd dat het ontbreken van voorafgaand verlof niet leidt tot ontoelaatbaarheid van uitlevering zolang geen flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro wordt vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en bepaalt dat het ontbreken van voorafgaand verlof voor het verstrekken van tapgegevens geen grond is voor ontoelaatbaarheid van uitlevering.