ECLI:NL:HR:2004:AP2680
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning vaderschap afgewezen door Hoge Raad
De man heeft bij de rechtbank te Almelo verzocht om de door hem in 1995 gedane erkenning van het vaderschap van zijn zoon te vernietigen. De rechtbank wees dit verzoek toe na een deskundigenonderzoek naar de bloedsamenstelling van de zoon en de man.
Tegen deze beslissing stelden de bijzonder curator en de moeder hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde en het verzoek van de man afwees. De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de man verworpen, waarbij het middel faalde op de gronden zoals uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal. Hiermee blijft de erkenning van het vaderschap in stand.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vijf raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 1 oktober 2004.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de erkenning van het vaderschap blijft in stand.