ECLI:NL:HR:2004:AP8365
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging ondanks betwisting feitelijke ernst bij XTC-beslag
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die was veroordeeld voor het opzettelijk bezit van meerdere hoeveelheden XTC-pillen, een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet. Het hof had de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur, conform de eis van de Advocaat-Generaal.
De verdachte stelde dat het hof een zwaardere straf had opgelegd dan de Advocaat-Generaal had gevorderd, omdat het hof een lichter feitencomplex bewezen verklaarde dan waarop de strafvordering was gebaseerd. De Hoge Raad oordeelde echter dat voor de toepassing van artikel 359, zevende lid, Sv, de kwalificatie van het strafbare feit en het daaraan verbonden strafmaximum beslissend zijn, niet de concrete ernst van het feit zoals blijkt uit de bewijsmiddelen.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof de verdachte niet voor een minder zwaar feit tot dezelfde straf had veroordeeld dan door de Advocaat-Generaal was geëist, en dat het middel daarom niet slaagt. Het beroep werd verworpen en de bestreden uitspraak bevestigd.
De uitspraak benadrukt het belang van de juridische kwalificatie van het bewezen verklaarde feit bij de beoordeling van strafoplegging en bevestigt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft gehandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de taakstraf van 100 uur wegens bezit van XTC-pillen.