ECLI:NL:HR:2004:AQ0115
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering strategische gronden en bouwclaim in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, actief in projectbouw, kocht strategische gronden met agrarische bestemming die later werden verkocht aan gemeenten tegen een lagere prijs dan de kostprijs, in ruil voor bouwclaims. De vraag was of deze gronden als onderhanden werk of voorraad moesten worden gewaardeerd en hoe verliezen uit de bouwclaim moesten worden verwerkt.
Het Hof oordeelde dat strategische gronden als onderhanden werk moesten worden gezien en tegen integrale kostprijs gewaardeerd, waarbij verliezen uit de verkoop aan gemeenten niet direct ten laste van de winst mochten komen. De Hoge Raad corrigeerde dit en stelde dat strategische gronden als voorraad moeten worden aangemerkt omdat ze niet in opdracht van afnemers worden bewerkt.
De waardering van de bouwclaim moet plaatsvinden op basis van het verschil tussen kostprijs en verkoopprijs van de grond. Verliezen kunnen pas worden genomen als de totale opbrengst van het bouwproject lager is dan de som van kostprijs en realisatiekosten. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde het oordeel van het Hof over de waardering en verliesneming.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd.