ECLI:NL:GHARN:2003:AG0213
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Arnhem over kwalificatie en waardering van strategische gronden bij projectontwikkeling
Belanghebbende, een projectontwikkelaar, kocht gronden met het oog op toekomstige bouwprojecten en voerde aan dat deze gronden als voorraad moesten worden gewaardeerd tegen agrarische marktwaarde. De Inspecteur kwalificeerde deze gronden als onderhanden werk, wat leidt tot waardering tegen integrale kostprijs. Het geschil betrof vooral de waardering van de bouwpremie, het deel van de aankoopprijs boven de agrarische waarde, en de verwerking van verliezen bij verkoop aan gemeenten.
Het hof stelde vast dat belanghebbende de gronden niet voor agrarische doeleinden maar voor projectontwikkeling aankoopt, waardoor deze gronden in haar onderneming de plaats van onderhanden werk innemen. De bouwpremie vertegenwoordigt een waarde die is afgestemd op de marktverwachtingen van een zakelijk handelende projectontwikkelaar en mag niet zonder meer worden afgewaardeerd tot nihil. Verliezen op bouwclaims kunnen pas worden genomen indien er objectieve aanwijzingen zijn dat deze definitief minder waard zijn.
Het hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, verminderd de aanslag tot een belastbaar bedrag van €4.909.716,34, en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een marktconforme waardering en het voorzichtigheidsbeginsel in het kader van projectontwikkeling en vennootschapsbelasting.
Uitkomst: Het hof kwalificeert de aangekochte gronden als onderhanden werk en bepaalt dat de bouwpremie niet direct mag worden afgewaardeerd tot nihil, waardoor de aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd.