ECLI:NL:HR:2004:AQ8178

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C03/169HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • J.B. Fleers
  • D.H. Beukenhorst
  • J.C. van Oven
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt beperkte toescheiding in verdeling huwelijksgoederengemeenschap

De vrouw vorderde in eerste aanleg een toescheiding van een bedrag van ƒ 30.187,50 in het kader van de scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap, specifiek met betrekking tot de onderneming van de man. De rechtbank wees deze vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en bepaalde dat slechts een bedrag van ƒ 809,50 (€ 367,34) aan de vrouw toekomt.

De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De man was niet verschenen en verstek werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en compenseert de kosten van het cassatiegeding zodat iedere partij de eigen kosten draagt. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand waarin de vrouw slechts een beperkte toescheiding wordt toegekend.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd met een beperkte toescheiding.

Uitspraak

24 september 2004
Eerste Kamer
Nr. C03/169HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - heeft bij exploot van 9 februari 1999 verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - gedagvaard voor de rechtbank te Rotterdam en - na eiswijziging in eerste aanleg en voor zover in cassatie nog van belang - gevorderd te bepalen dat in het kader van de scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen onder andere (alsnog) aan de vrouw zal worden toegescheiden en toebedeeld een bedrag van ƒ 30.187,50 ter zake van de toescheiding aan de man van de onderneming inclusief de "Grada" en de "Calypso".
De man heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 27 mei 1999 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 18 oktober 2001 voormelde vordering toegewezen.
Tegen dit eindvonnis heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 15 januari 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigd en, in zoverre opnieuw rechtdoende, bepaald dat in het kader van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen door de man aan de vrouw dient te worden voldaan een bedrag van ƒ 809,50 (€ 367,34), dit arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en de proceskosten in beide instanties in die zin gecompenseerd dat de partijen ieder de eigen kosten dragen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de man, die niet is verschenen, is verstek verleend.
De vrouw heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, D.H. Beukenhorst, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 24 september 2004.