ECLI:NL:HR:2004:AQ8806
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Uitlevering aan België primair voor tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en subsidiair voor strafvervolging
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van België aan Nederland voor een persoon die meerdere vrijheidsstraffen heeft opgelegd gekregen, deels bij verstek. De Rechtbank Haarlem had de uitlevering toelaatbaar verklaard, primair voor tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen en subsidiair voor strafvervolging.
De opgeëiste persoon stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing, stellende dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad zijn verdediging te voeren bij de verstekvonnissen, en dat de uitlevering daarom onrechtmatig was volgens art. 5, derde lid, van de Uitleveringswet.
De Hoge Raad overweegt dat het Benelux-verdrag betreffende uitlevering en rechtshulp (BUV) zonder voorbehoud door Nederland is geratificeerd en dat dit verdrag voorrang heeft boven het Europees uitleveringsverdrag (EUV) en het Tweede Aanvullend Protocol, alsmede boven art. 5.3 UW. Dit betekent dat uitleveringsverzoeken ter tenuitvoerlegging van verstekvonnissen volgens het BUV moeten worden behandeld, ook als de verdachte nog verzet kan instellen in België.
De Hoge Raad concludeert dat de Rechtbank geen verkeerde rechtsopvatting heeft gegeven door de uitlevering primair toe te staan voor tenuitvoerlegging en subsidiair voor vervolging, en verwerpt het cassatieberoep. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren op 5 oktober 2004.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan België wordt toegestaan primair voor tenuitvoerlegging en subsidiair voor strafvervolging.