ECLI:NL:PHR:2004:AQ8806
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering aan België voor tenuitvoerlegging en strafvervolging onder voorwaarden
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van België aan Nederland voor de tenuitvoerlegging en subsidiair strafvervolging van een opgeëiste persoon op grond van meerdere Belgische vonnissen en arresten. De rechtbank verklaarde de uitlevering toelaatbaar, waarbij de voorlopige aanhouding primair was gebaseerd op het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Leuven.
De raadsman van de opgeëiste persoon voerde aan dat de uitlevering ontoelaatbaar was omdat het vonnis waarop de voorlopige aanhouding was gebaseerd niet onherroepelijk was, en dat dit een imperatieve weigeringsgrond opleverde. Tevens werd een beroep gedaan op artikel 6 EVRM Pro met betrekking tot het aanwezigheidsrecht.
De rechtbank oordeelde dat het uitleveringsverzoek meerdere uitspraken omvatte en dat het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Leuven niet onherroepelijk was, waardoor de uitlevering primair ter executie en subsidiair ter vervolging kon plaatsvinden. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat de uitlevering in dit opzicht niet in stand kan blijven, omdat onvoldoende duidelijkheid bestaat over de onherroepelijkheid van de verstekveroordelingen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden uitspraak en bepaalt dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen voor een nader te bepalen zitting om de uitlevering verder te behandelen, waarbij expliciet aandacht zal worden besteed aan de rechtspositie van de opgeëiste persoon na uitlevering.
Uitkomst: De bestreden uitspraak wordt vernietigd en de opgeëiste persoon wordt opgeroepen voor nader onderzoek van het uitleveringsverzoek.