ECLI:NL:HR:2004:AQ8935
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van dagvaarding wegens onjuiste betekening aan verdachte in buitenland
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de inleidende dagvaarding rechtsgeldig was betekend aan de verdachte die bij vertrek uit Nederland een adres in Portugal had opgegeven. De dagvaarding was niet aan enig adres in het buitenland verzonden, maar op 20 juni 2001 uitgereikt aan de griffier wegens onbekende verblijfplaats in Nederland.
De rechtbank had de verdachte bij verstek veroordeeld, het hof sprak hem in hoger beroep vrij. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en nietigverklaring van de dagvaarding. De Hoge Raad oordeelde dat de dagvaarding niet aan het juiste buitenlandse adres was betekend, zoals vereist volgens art. 588 Sv Pro, en dat het oordeel van het hof dat de dagvaarding geldig was betekend onjuist was.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, behalve voor zover het vonnis van de rechtbank was vernietigd, en verklaarde de inleidende dagvaarding nietig. Daarmee werd het proces niet-ontvankelijk verklaard wegens een fundamenteel procesrechtelijk gebrek in de betekening van de dagvaarding.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding nietig wegens onjuiste betekening en vernietigt het arrest van het hof.