ECLI:NL:HR:2004:AQ8935

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 oktober 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00754/04
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588 SvArt. 435 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid van dagvaarding wegens onjuiste betekening aan verdachte in buitenland

In deze strafzaak stond de vraag centraal of de inleidende dagvaarding rechtsgeldig was betekend aan de verdachte die bij vertrek uit Nederland een adres in Portugal had opgegeven. De dagvaarding was niet aan enig adres in het buitenland verzonden, maar op 20 juni 2001 uitgereikt aan de griffier wegens onbekende verblijfplaats in Nederland.

De rechtbank had de verdachte bij verstek veroordeeld, het hof sprak hem in hoger beroep vrij. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en nietigverklaring van de dagvaarding. De Hoge Raad oordeelde dat de dagvaarding niet aan het juiste buitenlandse adres was betekend, zoals vereist volgens art. 588 Sv Pro, en dat het oordeel van het hof dat de dagvaarding geldig was betekend onjuist was.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, behalve voor zover het vonnis van de rechtbank was vernietigd, en verklaarde de inleidende dagvaarding nietig. Daarmee werd het proces niet-ontvankelijk verklaard wegens een fundamenteel procesrechtelijk gebrek in de betekening van de dagvaarding.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de dagvaarding nietig wegens onjuiste betekening en vernietigt het arrest van het hof.

Uitspraak

26 oktober 2004
Strafkamer
nr. 00754/04
EC/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 september 2003, nummer 23/004300-02, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier ter lande.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 19 juli 2001 - de verdachte vrijgesproken van het bij inleidende dagvaarding onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1. "opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven", 3. "medeplegen van in een authentieke akte een valse opgave doen opnemen aangaande een feit, van welks waarheid die akte moet doen blijken, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid", 4 primair "medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven" en 5 primair "medeplegen van doen plegen van valsheid in geschrift" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren alsmede tot een geldboete van € 45.000,--, subsidiair 170 dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. van Stratum, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot nietigverklaring van de appèldagvaarding.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen ter terechtzitting in eerste aanleg houdt in dat die dagvaarding op 20 juni 2001 is uitgereikt aan de (waarnemend) Griffier van de Rechtbank te Amsterdam, "omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is". Die akte houdt niet in dat de dagvaarding aan enig adres van de verdachte in het buitenland is toegezonden. Zowel het vonnis in eerste aanleg als de bestreden uitspraak is bij verstek gewezen.
Bij zijn onderzoek naar de naleving van art. 435, eerste lid, Sv heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de verdachte bij zijn vertrek uit Nederland naar Portugal op 29 februari 2000 als adresgegevens aldaar heeft opgegeven: "p/a [b-straat 1], [plaats C]".
Daaruit volgt dat de inleidende dagvaarding niet is betekend overeenkomstig art. 588 Sv Pro (vgl. HR 12 maart 2002, NJ 2002, 317, rov. 3.20). Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de inleidende dagvaarding geldig is betekend is derhalve onjuist.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak, behalve voorzover daarbij het vonnis van de Rechtbank is vernietigd;
Verklaart de inleidende dagvaarding nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 26 oktober 2004.