ECLI:NL:HR:2004:AQ9882
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid terugkomen op verklaring medeplegen
De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin hij veroordeeld werd voor medeplegen van drugshandel en voorbereidingshandelingen in strijd met de Opiumwet. Hij stelde dat hij destijds uit vrees voor zijn leven onwaarheden had verklaard over de huur van zijn garage en de identiteit van de feitelijke pleger.
In zijn herzieningsverzoek gaf hij aan bereid te zijn een schriftelijke huurovereenkomst te overleggen die een veel lagere huurprijs vermeldt en waarin de naam van de daadwerkelijke huurder staat. Tevens stelde hij dat hij onder bedreiging stond om te zwijgen over de identiteit van deze huurder. Daarnaast voerde hij aan dat hij zijn Sligro-pasje had uitgeleend en dat de ruimte waar aceton werd aangetroffen niet voor gebruik door de huurder bestemd was.
De Hoge Raad overwoog dat de aanvrager aannemelijk moet maken waarom hij op zijn eerdere verklaring terugkomt. De door hem opgegeven redenen waren onvoldoende onderbouwd en onaannemelijk. Ook de aanvullende feiten en omstandigheden konden niet leiden tot een ernstig vermoeden dat het onderzoek tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zou hebben geleid. Daarom werd het herzieningsverzoek afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende aannemelijkheid van het terugkomen op de eerdere verklaring.