ECLI:NL:HR:2004:AR2395
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Beslissing over alimentatiebijdrage na hoger beroep en cassatie
De vrouw verzocht bij de rechtbank Utrecht om een alimentatiebijdrage van de man voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind en voor haar eigen levensonderhoud. De rechtbank wees het verzoek geheel toe. De man ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam. Het hof vernietigde het deel van de beschikking betreffende de levensonderhoudsuitkering en stelde deze vast op een lager bedrag, terwijl de rest van de beschikking werd bekrachtigd.
Beide partijen stelden cassatieberoep in tegen de beschikking van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van beide beroepen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen grond voor cassatie boden en verwierp daarom zowel het principale als het incidentele beroep.
De uitspraak bevestigt de beslissing van het gerechtshof en beëindigt het geschil over de alimentatiebijdragen, waarbij het hof de belangen van beide partijen en het kind heeft meegewogen. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van beide partijen en bevestigt de beschikking van het gerechtshof.