ECLI:NL:HR:2004:AR2714
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over plaats van dienst en kwalificatie managementdiensten bij omzetbelasting
Belanghebbende, behorend tot een internationaal concern met een vaste inrichting in Nederland, was een management- en marketingvergoeding verschuldigd aan een Belgisch coördinatiecentrum, C Inc. Het geschil betrof de vraag of deze diensten in Nederland belastbaar waren onder de Wet op de omzetbelasting 1968.
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd na ambtshalve vermindering. De Hoge Raad vernietigt dit arrest omdat het Hof onvoldoende heeft vastgesteld of de aard van de diensten onder specifieke categorieën van artikel 6, lid 2, van de Wet valt.
De Hoge Raad stelt dat de algemene omschrijving van de diensten onvoldoende is om deze onder de uitzonderingen te plaatsen en dat deze daarom moeten worden belast volgens artikel 6, lid 1. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten. De conclusie van repliek van belanghebbende wordt buiten beschouwing gelaten wegens te late indiening.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van de kwalificatie en plaats van de diensten.