ECLI:NL:HR:2004:AR3107
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Gevolgen niet-inachtneming kennisgeving boetevoornemen bij dadelijk invorderbare naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende kreeg over de jaren 1996 tot en met 1999 meerdere naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd, elk met een boete van 100% van de nageheven belasting. Tegen deze aanslagen en boetes maakte belanghebbende bezwaar en kwam in beroep bij het Hof vanwege het niet tijdig doen van uitspraak door de Inspecteur.
Het Hof vernietigde de uitspraken van de Inspecteur, matigde de boetes tot 50% wegens het niet in acht nemen van artikel 67k van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), dat vereist dat belanghebbende vooraf wordt geïnformeerd over het voornemen tot boeteoplegging en de gronden daarvan, en dat belanghebbende de mogelijkheid krijgt te reageren.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de boete verlaagd moest worden vanwege het nadeel dat belanghebbende zou hebben geleden door de niet-naleving van art. 67k AWR, omdat uit de stukken blijkt dat de Inspecteur ook met kennis van de gegevens die belanghebbende had kunnen aanvoeren, geen lagere boete zou hebben opgelegd. Het arrest vernietigt daarom het Hof-arrest en verwijst de zaak terug voor een hernieuwde beoordeling van de boetehoogte.
De Hoge Raad wijst tevens af dat proceskosten worden toegewezen in het cassatieberoep.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de boetehoogte.