ECLI:NL:HR:2004:AR3509
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- G.J. Zuurmond
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende heeft belang bij waterschapsomslag wegens zichtbare en ondergrondse afwatering
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag in de waterschapslasten opgelegd door het Waterschap Oost-Veluwe voor het jaar 1996. Na bezwaar en eerdere procedures werd het geschil uiteindelijk voorgelegd aan het Gerechtshof te Leeuwarden, dat het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht aannam dat de percelen van belanghebbende, gelegen in het centrum van Z, belang hebben bij de taakvervulling van het Waterschap. Dit omdat het water van de verharde oppervlakten via het afwateringsstelsel van het Waterschap wordt afgevoerd, ook al zijn sommige percelen onbebouwd en niet aangesloten op de gemeentelijke riolering. De klachten over de indeling van percelen in omslagklassen werden deels gegrond verklaard, maar konden niet tot cassatie leiden wegens gebrek aan belang.
Verder werd bevestigd dat het Hof terecht het rapport van B als bewijsmiddel gebruikte om aan te nemen dat ondergrondse afstroming van een perceel te Q kosten voor het Waterschap veroorzaakt, wat waterbezwaar oplevert. De Hoge Raad vond geen reden om het oordeel van het Hof te vernietigen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.