ECLI:NL:HR:2004:AR3990
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-aftrekbaarheid volledige zorgkosten particuliere zorgservicecomplex
Belanghebbende had voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ontvangen over een belastbaar inkomen van ƒ 147.433. Hij had bezwaar gemaakt tegen deze aanslag, waarbij de Inspecteur de aanslag handhaafde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De zaak betrof de aftrekbaarheid van zorgkosten betaald aan een particulier zorgservicecomplex, dat geen AWBZ-instelling is. Het complex biedt 24-uurs verpleegkundige verzorging, maaltijden, huishoudelijke hulp en psycho-sociale verzorging, maar bepaalde kosten zoals huisarts, medicijnen en fysiotherapie worden apart in rekening gebracht. De Belastingdienst had met het complex afgesproken dat 63% van het tarief als zorgcomponent kon worden aangemerkt als buitengewone last.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de zorg in het particuliere complex niet materieel en formeel vergelijkbaar is met AWBZ-instellingen. Daarom is slechts het deel van de kosten dat ziet op medische verzorging aftrekbaar als buitengewone last. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens. Een klacht over de bevoegdheid van het complex om afspraken met de Belastingdienst te maken werd niet in behandeling genomen wegens te late indiening.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat slechts het deel van de zorgkosten dat ziet op medische verzorging aftrekbaar is.