ECLI:NL:HR:2004:AR3996
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor stoorvelddiagnostiek binnen fysiotherapie
Belanghebbende, een fysiotherapeut, verrichtte stoorvelddiagnostiek waarbij hij diagnoses stelde en behandelingen gaf gericht op storingen in de kaak en mond. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op omdat hij van mening was dat deze handelingen niet vrijgesteld waren volgens artikel 11 lid 1 sub g van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende deze diensten niet als fysiotherapeut verrichtte en daarom de vrijstelling niet van toepassing was. Belanghebbende stelde cassatie in tegen dit oordeel. De Hoge Raad stelde vast dat de vraag of deze handelingen vrijgesteld zijn een uitleg van communautaire bepalingen betreft.
Daarom verzocht de Hoge Raad het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen prejudiciële uitspraak te doen over de uitleg van artikel 13, A, lid 1, letter c, van de Zesde richtlijn, met name of vrijstelling ook geldt indien de handelingen niet worden verricht binnen het door de lidstaat omschreven medisch of paramedisch beroep. De Hoge Raad schortte het geding op totdat het Hof van Justitie uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad schortte de procedure op en verzocht het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de btw-vrijstelling voor stoorvelddiagnostiek.