ECLI:NL:HR:2004:AR4005
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 62 Wet inkomstenbelasting 1964 bij binnenlandse en buitenlandse belastingplicht
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over een belastbaar inkomen van ƒ 1.721.885, waarvan het grootste deel werd belast volgens artikel 57 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het Hof. Het geschil betrof de vraag of de Inspecteur voor het belastingjaar 1998 terecht twee aanslagen kon opleggen, één voor de binnenlandse belastingplicht en één voor de buitenlandse belastingplicht, overeenkomstig artikel 62 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de Inspecteur bevoegd was om twee aanslagen op te leggen. Het middel van belanghebbende faalde en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van artikel 62 lid 1 tweede Pro volzin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals gewijzigd in 1998, en bevestigt de rechtmatigheid van het opleggen van meerdere aanslagen bij verschillende belastingplichtperiodes binnen één jaar.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de Inspecteur mag twee aanslagen opleggen voor binnenlandse en buitenlandse belastingplicht over 1998.