ECLI:NL:HR:2004:AR6509
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking beroep door Staatssecretaris omvat niet kosten verzoek
Na intrekking door de Staatssecretaris van Financiën van het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting, verzocht belanghebbende de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten voor zowel het cassatiegeding als het hofgeding, tot een totaal van €966.
De Staatssecretaris concludeerde tot een vergoeding van €644 voor de beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Hoge Raad oordeelde dat alleen de kosten die redelijkerwijs gemaakt zijn voor de behandeling van het cassatiegeding vergoed kunnen worden, en niet de kosten die samenhangen met het verzoek tot intrekking van het beroep.
De reeds door het Hof toegekende vergoeding voor het hofgeding blijft van kracht, maar de kosten van het verzoek tot intrekking vallen buiten de reikwijdte van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 29f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is daarop niet van toepassing.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris tot vergoeding van €644 aan belanghebbende en wees de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden indien nog niet voldaan.
Uitkomst: De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van €644 aan proceskosten voor het cassatiegeding, exclusief kosten voor het verzoek tot intrekking.