ECLI:NL:HR:2005:AO3305
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid financieringsrente bij negatieve inkomsten
Belanghebbende was statutair directeur van een BV en pleegde frauduleuze onttrekkingen van ruim ƒ 737.000. Na een gerechtelijke veroordeling en een finale kwijting van ƒ 500.000 aan de BV, verhoogde de Inspecteur het belastbaar inkomen over 1992 met ƒ 750.000. Dit bedrag werd na bezwaar verminderd tot ƒ 68.000.
Belanghebbende financierde de betaling van ƒ 500.000 deels door verhoging van een hypothecaire lening, waarover in 1998 rente werd betaald. Het hof oordeelde dat deze financieringsrente aftrekbaar was als kosten van de dienstbetrekking, maar de Hoge Raad vernietigt dit oordeel.
De Hoge Raad stelt dat de rente niet is gemaakt tot verwerving, inning of behoud van inkomsten en daarom niet aftrekbaar is volgens artikel 35 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Ook is de rente niet gelijk te stellen met negatieve inkomsten en dient zij niet op dezelfde wijze te worden behandeld.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling van onbehandelde stellingen van belanghebbende. De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en laat die aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof over de aftrekbaarheid van financieringsrente en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.