ECLI:NL:HR:2005:AQ0284
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt oordeel over economische activiteit bij toegang landgoed gehandicapten
Belanghebbende, een stichting met als doel het bevorderen van recreatie voor gehandicapte en zieke mensen, exploiteert een landgoed waarop zij tegen een vergoeding van ƒ 2,50 per persoon toegang verleent aan een vereniging die gehandicapten begeleidt. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op omdat belanghebbende volgens hem niet als ondernemer kon worden aangemerkt.
Het Hof oordeelde dat de vergoeding symbolisch was en dat de activiteiten van belanghebbende eerder uit vrijgevigheid dan uit economisch oogmerk plaatsvonden, waardoor geen sprake was van een economische activiteit in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De Hoge Raad stelt dat het Hof ten onrechte het criterium van kostendekkendheid heeft gehanteerd en dat het enkel ontvangen van een symbolische vergoeding niet automatisch uitsluit dat sprake is van economische activiteit. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor een volledige herbeoordeling met inachtneming van deze maatstaf.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende in cassatie en bepaalt dat het verwijzingshof zal beslissen over vergoeding van kosten van het geding in eerste aanleg.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van de juiste maatstaf voor economische activiteit.