ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4965
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Fortuin
- J.A. Meijer
- H.W.M. van Kesteren
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting wegens symbolische vergoeding en geen ondernemerschap
Belanghebbende, opgericht in oktober 1997, verrichtte activiteiten ten behoeve van een dochtervennootschap en een vennootschap onder firma (v.o.f.) waarbij zij een symbolische vergoeding van fl. 1.000 per kwartaal ontving. De Inspecteur stelde dat belanghebbende geen ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 was en legde een naheffingsaanslag van fl. 45.887 op.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende als ondernemer kon worden aangemerkt en of de naheffingsaanslag terecht was. Belanghebbende stelde dat haar activiteiten zo verweven waren dat de vergoeding de gehele activiteiten dekte en dat zij recht had op aftrek van voorbelasting. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat de vergoeding symbolisch was en er geen sprake was van economisch handelen.
Het hof stelde vast dat de vergoeding van fl. 1.000 per kwartaal buitengewoon laag was in verhouding tot de kosten en dat er geen aanwijzingen waren dat dit anders was in het maatschappelijke verkeer. Het hof concludeerde dat de vergoeding slechts symbolisch was en dat belanghebbende geen ondernemer was in de zin van de Wet. De naheffingsaanslag werd verminderd met fl. 5.153,75 en de Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van een reële vergoeding voor het aannemen van ondernemerschap in de omzetbelasting en verduidelijkt de toepassing van het begrip economische activiteit volgens de Zesde richtlijn.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd wegens het ontbreken van ondernemerschap en de symbolische vergoeding.