ECLI:NL:HR:2005:AR2425
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest heling hawalagelden wegens procedurele onregelmatigheden en bewijsbeoordeling
In deze strafzaak ging het om de heling van geldbedragen die via een hawala-constructie waren verkregen, waarbij verdachte en mededaders geldbedragen ontvingen die door handel in verdovende middelen waren verkregen. Het hof Amsterdam had verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk.
De verdediging klaagde onder meer dat het hof ten onrechte niet had beslist op een verzoek tot het horen van een getuige, wat volgens de Hoge Raad een nietigheid oplevert. Daarnaast werd de bewezenverklaring over de misdadige herkomst van de gelden aangevochten, maar de Hoge Raad bevestigde dat het begrip "hawala" inhoudt dat het door verdachte ontvangen geldbedrag, hoewel niet fysiek hetzelfde, wel als door misdrijf verkregen moet worden beschouwd.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, wat bij de strafoplegging in aanmerking moet worden genomen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting en afdoening.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.