ECLI:NL:HR:2005:AR2760
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vergoeding additionele bedrijfsschade en buitengerechtelijke kosten na brand
In deze zaak vordert eiseres vergoeding van schade na een brand in haar bedrijfspand, waarbij zij een bedrag van ƒ 1.135.810,-- aan schadevergoeding opeist op grond van een taxatie door experts. Fortis, als verzekeraar, weigerde uit te keren vanwege vermoedelijk opzettelijk handelen van eiseres zelf. Na verschillende procedures en deskundigenonderzoeken veroordeelde de rechtbank Fortis tot betaling van het getaxeerde bedrag met wettelijke rente, maar wees de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en een schadestaatprocedure af.
Het hof bekrachtigde deze uitspraken en oordeelde dat additionele schade als gevolg van vertraging in de uitkering niet meer dan de wettelijke rente kan worden vergoed, conform artikel 6:119 BW Pro. Ook de buitengerechtelijke incassokosten werden beperkt tot werkzaamheden buiten de instructie van de zaak, waarbij het hof oordeelde dat de meeste werkzaamheden tot de instructie behoren en dus niet voor vergoeding in aanmerking komen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad overweegt dat de wettelijke rente een fixum is dat niet door redelijkheid en billijkheid kan worden opzijgezet en dat de kosten van rechtsbijstand ter voorbereiding en instructie van de zaak niet als buitengerechtelijke kosten vergoed worden. Hiermee wordt de eerdere rechtspraak bekrachtigd en wordt de vordering van eiseres afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen, waarmee de eerdere afwijzing van vergoeding voor additionele bedrijfsschade en buitengerechtelijke incassokosten wordt bevestigd.