ECLI:NL:HR:2005:AR4481
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over redelijke courtage bij intrekking makelaarsopdracht en exclusiviteitsbeding
De zaak betreft een geschil tussen een makelaar en opdrachtgevers over de verschuldigde courtage na intrekking van een opdracht en het sluiten van een koopovereenkomst buiten de makelaar om.
De makelaar vorderde betaling van volledige courtage, terwijl de opdrachtgevers stelden dat het beding onredelijk bezwarend was en dat de courtage beperkt moest worden tot een redelijk deel conform de wettelijke bepalingen omtrent loon bij beëindiging van een opdracht.
De kantonrechter kende een beperkte vergoeding toe, het hof Amsterdam verhoogde dit tot 50% van de courtage. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over de toepassing van art. 7:411 BW Pro en dat het einde van de opdracht aan de opdrachtgever kan worden toegerekend ook bij rechtmatige intrekking.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing over de redelijke vaststelling van de courtage, waarbij rekening moet worden gehouden met de exclusiviteitsbedingen en de wettelijke bepalingen over loon bij beëindiging van de opdracht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling over de redelijke vaststelling van de courtage.