ECLI:NL:HR:2005:AR4778
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing directe brutering bij premies werknemersverzekeringen
Belanghebbende, een onderneming die touringcars verhuurt, kreeg correctienota's en boetenota's opgelegd door het Lisv over de jaren 1993 tot en met 1997 vanwege het niet administreren van baropbrengsten van chauffeurs die tijdens busreizen consumpties verkochten. Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de besluiten voor zover zij betrekking hadden op de vaststelling van de nog verschuldigde sociale premies en de berekende boeten. Zowel belanghebbende als het Lisv stelden hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die het vonnis van de rechtbank deels vernietigde en het beroep van belanghebbende ongegrond verklaarde.
In cassatie stelde belanghebbende dat de toepassing van directe brutering onjuist was, omdat niet was voldaan aan de vereiste bewustheid van de werkgever omtrent het loonvoordeel. De Hoge Raad oordeelde dat de Centrale Raad terecht had geoordeeld dat directe brutering van toepassing was, ook zonder bewustheid van de werkgever of werknemer, en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de toepassing van directe brutering bij de vaststelling van sociale premies.