ECLI:NL:CRVB:2005:AU3211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonkarakter baropbrengsten bij busonderneming en premievaststelling door UWV
Deze zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar die premies en boetes ten laste van een busonderneming had vernietigd. De kern van het geschil is of de baropbrengsten die chauffeurs tijdens busritten realiseren als loon moeten worden aangemerkt en of de premies terecht zijn vastgesteld.
De rechtbank had het besluit vernietigd omdat onvoldoende was onderzocht of de verkoop van consumpties mede in het belang van de werkgever plaatsvond en of passagiers dit verwachtten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en stelt dat de situatie gelijk is aan de jurisprudentie van de Hoge Raad uit 1995, waarbij het voordeel uit verkoop van consumpties als loon wordt gezien. De Raad benadrukt dat de werkgever de verkoop faciliteert door barfaciliteiten in de bussen te laten en dat chauffeurs zich niet aan de verkoop kunnen onttrekken vanwege de verwachtingen van passagiers.
Verder oordeelt de Raad dat UWV terecht een theoretische loonberekening heeft gemaakt op basis van FIOD-normen vanwege het ontbreken van een administratie. De busonderneming heeft bewust nagelaten de baropbrengsten te administreren, wat opzet of grove schuld oplevert. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van UWV ongegrond, waarmee de premies en boetes in stand blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat baropbrengsten als loon gelden en dat de premies terecht zijn vastgesteld op basis van een schatting wegens ontbrekende administratie.