ECLI:NL:HR:2005:AR5741
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onttrekking aan het verkeer van voorwerpen in verband met kinderporno
In deze zaak stond de vraag centraal of bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen onttrokken konden worden aan het verkeer op grond van artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht. De voorwerpen waren in beslag genomen tijdens een onderzoek naar deelname aan een criminele organisatie met het oogmerk het verspreiden van kinderpornografisch materiaal.
Het hof had geoordeeld dat de voorwerpen, hoewel niet bestemd voor verspreiding, wel konden dienen tot het begaan van soortgelijke strafbare feiten en dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd was met de wet en het algemeen belang. Dit oordeel baseerde het hof op artikel 240b Sr zoals dat luidde ten tijde van de beoordeling van de vordering tot onttrekking.
De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet getuigde van een onjuiste rechtsopvatting en dat het hof voldoende had gemotiveerd waarom de voorwerpen vatbaar waren voor onttrekking aan het verkeer. Het beroep in cassatie werd verworpen omdat geen van de middelen slaagde en er geen reden was om de beschikking ambtshalve te vernietigen.
De uitspraak bevestigt dat het enkele bezit van materiaal dat kan dienen tot strafbare feiten omtrent kinderporno voldoende is voor onttrekking aan het verkeer, ook zonder dat op het moment van inbeslagneming een strafbaar feit is vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de beschikking tot onttrekking aan het verkeer wordt bevestigd.