ECLI:NL:HR:2005:AR5742

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00872/04
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 SvArt. 434 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 18 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid onderzoek door ontbreken pleitnotitie in hoger beroep

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Amsterdam vernietigd omdat bij het dossier de pleitnotitie ontbrak die tijdens de terechtzitting in hoger beroep was overgelegd. Dit verzuim maakt het onderzoek en de uitspraak nietig omdat niet kan worden vastgesteld welke verweren ter zitting zijn gevoerd.

De zaak betrof een hoger beroep waarin de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard ten aanzien van enkele feiten, vrijspraak werd uitgesproken voor andere feiten, en een taakstraf werd opgelegd in plaats van gevangenisstraf. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

Het ontbreken van de pleitnotitie is een ernstig procesrechtelijk verzuim dat strijdig is met een behoorlijke procesorde. De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal en wijst de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.

De overige middelen behoeven geen bespreking. Het arrest is gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad op 15 februari 2005.

Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens ontbreken van de pleitnotitie, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

15 februari 2005
Strafkamer
nr. 00872/04
EC/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 juli 2003, nummer 23/004062-01, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad bij arrest van 30 oktober 2001, heeft het Hof in hoger beroep de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep ten aanzien van de onder 2. en 4. tenlastegelegde feiten - en voorts met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Dordrecht van 9 maart 1998, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen - de verdachte vrijgesproken van het bij inleidende dagvaarding onder 1. primair en subsidiair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1. meer subsidiair en 3. opleverende "diefstal, meermalen gepleegd" veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van dertig uren, in plaats van één maand gevangenisstraf. Voorts is de tenuitvoerlegging gelast van een voorwaardelijk opgelegde straf. Tevens heeft het Hof de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. A.M. Seebregts en mr. J.J.A.P. van Breukelen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
3. Beoordeling van het eerste middel
3.1. Het middel behelst de klacht dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2003 nietig is aangezien een door de raadsman bij die gelegenheid aan het Hof overgelegde pleitnotitie zich niet bij de stukken van het geding bevindt.
3.2. Blijkens het proces-verbaal van voormelde terechtzitting heeft de raadsman van de verdachte, mr. A.M. Seebregts, het woord tot verdediging gevoerd.
Dit proces-verbaal houdt voorts in:
"De raadsman legt daartoe een pleitnotitie over. Dit stuk is bij de stukken in het dossier gevoegd en de inhoud ervan wordt geacht deel uit te maken van dit proces-verbaal."
3.3. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotitie ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken, zodat niet valt na te gaan of, en zo ja welke, verweren ter terechtzitting zijn gevoerd.
3.4. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het op grond van de door de Advocaat-Generaal ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
3.5. Het middel slaagt.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak;
Wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman, W.A.M. van Schendel en J.W. Ilsink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 15 februari 2005.