ECLI:NL:HR:2005:AR6177

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C03/293HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 479e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling achterstallige alimentatie en loonwaarde werkzaamheden in kort geding

In deze zaak vorderde verweerster in kort geding dat eiseres gehouden werd tot betaling van achterstallige alimentatie en maandelijkse alimentatie aan betrokkene 1, alsmede vaststelling van de loonwaarde van diens werkzaamheden. De kantonrechter wees de vordering deels toe en wees deels af. Tegen dit vonnis stelde eiseres hoger beroep in, terwijl verweerster incidenteel hoger beroep instelde.

Het hof Amsterdam vernietigde het vonnis van de kantonrechter en bepaalde dat eiseres gehouden was tot betaling van een maandbedrag vanaf de datum van beslaglegging, conform artikel 479e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Tevens veroordeelde het hof eiseres in de proceskosten van eerste aanleg en principaal appel.

Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. Tevens veroordeelde de Hoge Raad eiseres in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

21 januari 2005
Eerste Kamer
Nr. C03/293HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.A. Groen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploot van 14 februari 2003 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter in de rechtbank te Haarlem (sector kanton). Na vermeerdering en vermindering van eis heeft [verweerster] gevorderd, kort gezegd:
1. te bepalen dat [eiseres] gehouden is tot betaling of afgifte van een bedrag van € 16.058,39 aan door [betrokkene 1] verschuldigde achterstallige alimentatie tot 1 februari 2003, vermeerderd met rente en kosten, en tot betaling of afgifte van een bedrag van € 2.357,34 per maand aan verschuldigde alimentatie vanaf maart 2003;
2. te bepalen dat de loonwaarde van de werkzaamheden van [betrokkene 1] € 20.000,-- bedraagt;
3. te bepalen dat [eiseres] de werkelijk door [verweerster] gemaakte proceskosten dient te vergoeden.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 26 maart 2003 wijze van voorlopige voorziening de vordering onder 1 toegewezen tot en met maart 2003, vermeerderd met rente en kosten, en hetgeen meer of anders was gevorderd afgewezen. Ten aanzien van de proceskosten heeft de kantonrechter bepaald dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [verweerster] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 24 juli 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, bepaald dat [eiseres] gehouden is tot betaling of afgifte van een bedrag van € 2.005,94 per maand vanaf de datum van beslaglegging, zulks op de voet van hetgeen is bepaald in art. 479e Rv., [eiseres] veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg en van het principaal appel en het over en weer meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 21 januari 2005.