ECLI:NL:HR:2005:AR6201

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/074HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vernietiging boedelverdeling huwelijksgoederengemeenschap wegens benadeling

De vrouw had de man gedagvaard om de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap te vernietigen wegens benadeling van meer dan een vierde gedeelte. De man bestreed deze vordering en vorderde in reconventie medewerking aan de overdracht van een onroerend goed.

De rechtbank vernietigde de boedelverdeling uit het echtscheidingsconvenant en wees het meer gevorderde af. Het hof bekrachtigde dit vonnis en veroordeelde de man in de kosten van het hoger beroep.

De man stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De kosten van het cassatiegeding werden gecompenseerd.

Hiermee blijft de vernietiging van de boedelverdeling wegens benadeling van de vrouw in stand, evenals de kostenveroordeling door het hof.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vernietiging van de boedelverdeling blijft in stand.

Uitspraak

28 januari 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/074HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats], Spanje,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. C.L. Koets-Bolhuis,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.B.M. van Dullemen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - heeft bij exploot van 12 februari 1999 eiser tot cassatie - verder te noemen: de man - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voorzover de wet zulks toelaat:
primair: de tussen partijen tot stand gebrachte verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap te vernietigen wegens benadeling van eiseres voor meer dan eenvierde gedeelte;
subsidiair: de door partijen gesloten overeenkomst betrekking hebbende op een aantal vermogensbestanddelen wegens dwaling aan de zijde van de vrouw te vernietigen c.q. de in de boedel vallende pensioenrechten conform de wet te verdelen met veroordeling van de man in de kosten van het geding.
De man heeft de vordering bestreden en van zijn kant in reconventie gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vrouw te veroordelen om:
I binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis haar medewerking te verlenen aan de formaliteiten verbonden aan het transport van het pand aan de [a-straat 1] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Wassenaar sectie [A], nr. [001], groot 2 are zes en tachtig centiare;
II te bepalen dat bij gebreke van medewerking van de vrouw binnen de hierboven genoemde termijn van veertien dagen dit vonnis dezelfde kracht zal hebben als een in wettige vorm opgemaakte akte van levering van voormelde onroerende zaak.
De vrouw heeft de vordering in reconventie bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 juli 2001 in conventie de boedelverdeling van partijen, overeengekomen in het echtscheidingsconvenant van 30 december 1997, vernietigd en in conventie en in reconventie het meer of anders gevorderde afgewezen en de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.
Tegen dit vonnis heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 24 september 2003 heeft het hof voormeld vonnis van de rechtbank, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd en de man in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van de vrouw veroordeeld.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 28 januari 2005.