ECLI:NL:HR:2005:AR6613
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad heropent onderzoek naar uitleveringsverzoek België wegens onvoldoende gegevens over verzet en onherroepelijkheid vonnis
De zaak betreft een verzoek van België tot uitlevering van een persoon die in Nederland woont en de Nederlandse nationaliteit bezit. De Hoge Raad behandelt het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Almelo die het uitleveringsverzoek betrof. De opgeëiste persoon is gehoord door de Hoge Raad en bij het verzoek zijn onder meer een uiteenzetting van de feiten en een verstekvonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel overgelegd.
De verdediging voert aan dat tegen het verstekvonnis geen verzet is gedaan binnen de wettelijke termijnen, waardoor het vonnis onherroepelijk is geworden. Dit zou de uitlevering ontoelaatbaar maken vanwege het Nederlandse voorbehoud bij artikel 7.1 van de EU-overeenkomst betreffende uitlevering tussen lidstaten. De stukken die door België zijn overgelegd bevatten echter onvoldoende gegevens om dit verweer te beoordelen.
Daarom heeft de Hoge Raad het onderzoek heropend en de stukken aan de Procureur-Generaal gegeven met het verzoek aan de Belgische Minister van Justitie om vóór 15 maart 2005 te antwoorden op vragen over de aard van het uitleveringsverzoek en de openheid van verzet tegen het vonnis. De zaak wordt verwezen naar de terechtzitting van de Enkelvoudige Kamer op 15 maart 2005.
De Hoge Raad baseert zich op diverse verdragen en overeenkomsten tussen Nederland en België, waaronder het uitleveringsverdrag en de Schengenovereenkomst. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van vice-president Bleichrodt.
Uitkomst: De Hoge Raad heropent het onderzoek en verzoekt nadere informatie aan de Belgische Minister van Justitie, waarna de zaak op 15 maart 2005 wordt voortgezet.