ECLI:NL:HR:2005:AR7288
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht bij binnenbrengen van aardgas volgens artikel 24 Wet belastingen op milieugrondslag
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor brandstoffenbelasting over de periode 1996-1997. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar belanghebbende ging in beroep bij het Hof. Het Hof vernietigde de aanslag en de uitspraak van de Inspecteur, omdat het oordeel was dat belanghebbende niet als belastingplichtige kon worden aangemerkt.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 24, letter b, van de Wet belastingen op milieugrondslag, die bepaalt wie belastingplichtig is bij het binnenbrengen of afleveren van aardgas in Nederland.
De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever met deze bepaling beoogde dat degene die het aardgas binnen Nederland brengt als belastingplichtige wordt aangemerkt, ook als deze persoon tevens de winner van het gas is. De verleggingsregeling is niet bedoeld voor aardgas dat in Nederland is gewonnen en vervolgens binnen Nederland wordt gebracht. Het cassatieberoep van de Staatssecretaris faalt en wordt ongegrond verklaard.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten en wees de Staat aan als de te vergoeden partij. Het arrest werd uitgesproken op 20 mei 2005 door een meervoudige kamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Arnhem vernietigt de naheffingsaanslag.