ECLI:NL:HR:2005:AR7920
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid notaris voor schade door overfinanciering leningen Tilburgsche Hypotheekbank
Deze zaak betreft een cassatieprocedure tussen de curator van het faillissement van De Tilburgsche Hypotheekbank N.V. (THB) en een notaris die medewerking had verleend aan transacties waarbij leningen werden verstrekt tegen onvoldoende onderpand, wat leidde tot aanzienlijke overfinanciering en benadeling van de gezamenlijke schuldeisers.
De Hoge Raad heeft het oordeel van het hof bevestigd dat de notaris ervan op de hoogte had kunnen en moeten zijn dat sprake was van aanmerkelijke overfinanciering. Het hof onderzocht vervolgens welke mate van onderzoek van de notaris kon worden verlangd, waarbij werd geoordeeld dat het onderzoek zich moest richten op het gevaar van insolventie van de THB. Het hof concludeerde dat de notaris, zelfs bij het vereiste onderzoek, niet tot de conclusie had hoeven komen dat er een ernstig gevaar voor insolventie bestond, zodat hij zijn medewerking niet hoefde te weigeren.
De Hoge Raad verwierp de klachten van de curator dat het hof zijn beoordelingsruimte te ruim had genomen en bevestigde dat overfinanciering niet automatisch leidt tot een reëel gevaar voor benadeling van schuldeisers. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de notaris niet aansprakelijk is voor transacties waarbij hij na onderzoek zijn medewerking niet hoefde te onthouden.
Ten aanzien van de proceskosten in het incidentele hoger beroep vernietigde de Hoge Raad het bestreden arrest voor zover het de kostenveroordeling betrof en veroordeelde de curator tot betaling van de kosten aan de zijde van de notaris. De vordering van de curator werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: De vordering van de curator wordt afgewezen; de notaris heeft niet onrechtmatig gehandeld.