ECLI:NL:HR:2005:AR8185
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Investeringsaftrek motorklipper niet uitgesloten wegens representatief gebruik
Belanghebbende exploiteert samen met een vennoot een firma die tochten aanbiedt met een motorklipper. In 2000 deed de firma investeringen in het schip en claimde belanghebbende investeringsaftrek. De Inspecteur weigerde deze aftrek, waarop belanghebbende bezwaar maakte. Het Hof stelde belanghebbende in het gelijk en oordeelde dat het schip niet werd gebruikt voor representatieve doeleinden in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, omdat het beroepsmatig vervoer van personen betreft.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het schip niet kan worden aangemerkt als een vaartuig dat wordt gebruikt voor representatieve doeleinden, omdat de firma een zakelijke vergoeding vraagt voor het beroepsmatig vervoer van personen. Het recreatieve karakter van de tochten doet hieraan niet af.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee blijft het oordeel van het Hof dat investeringsaftrek terecht is toegekend, in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de investeringsaftrek voor de motorklipper blijft van toepassing.