ECLI:NL:PHR:2005:AR8185
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Investeringsaftrek voor motorklipper gebruikt voor beroepspersonenvervoer
Belanghebbende exploiteert samen met een vennoot een onderneming die met een motorklipper tegen betaling personen vervoert voor dag- en meerdaagse tochten op binnenwateren. De Inspecteur weigerde investeringsaftrek voor investeringen in het schip, stellende dat het vaartuig voor representatieve doeleinden werd gebruikt. Het Hof oordeelde echter dat sprake was van beroepspersonenvervoer en kende de investeringsaftrek toe.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in met het argument dat het vervoer ondergeschikt is aan recreatie en dus niet als beroepsvervoer kwalificeert. De Hoge Raad overwoog dat het begrip beroepspersonenvervoer moet worden uitgelegd als beroepsmatig vervoer van personen tussen twee of meer punten, ongeacht het recreatieve karakter of het ontbreken van een vaste route.
Verder benadrukte de Hoge Raad dat de uitsluiting van investeringsaftrek voor vaartuigen die voor representatieve doeleinden worden gebruikt, niet geldt voor ondernemingen die deze vaartuigen beroepsmatig inzetten voor diensten die deel uitmaken van de omzet. Het privékarakter ontbreekt in dat geval, waardoor investeringsaftrek terecht is toegekend.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het Hof dat de motorklipper voor beroepspersonenvervoer wordt gebruikt, ondanks het recreatieve karakter van de tochten. Daarmee blijft de investeringsaftrek voor de gemaakte investeringen in het schip van toepassing.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de investeringsaftrek wordt toegekend voor het beroepsmatig gebruikte schip.