ECLI:NL:HR:2005:AR8209
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake vaststelling Nederlandse nationaliteit
Verzoekster heeft bij de rechtbank te 's-Gravenhage verzocht om op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit. De Staat der Nederlanden heeft dit verzoek bestreden. De rechtbank wees het verzoek bij beschikking van 22 januari 2004 af. Verzoekster stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van verzoekster beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie. Er was geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het beroep te verwerpen.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep van verzoekster verworpen en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap afgewezen. De beschikking is op 11 maart 2005 in het openbaar uitgesproken door de vice-president van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van verzoekster wordt verworpen en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap afgewezen.