ECLI:NL:HR:2005:AR8411

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01867/04
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • B.C. de Savornin Lohman
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 434 SvArt. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 107 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest wegens onduidelijke afstand van aanwezigheidsrecht verdachte

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld door het Gerechtshof Arnhem wegens overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 7 april 2004 was de verdachte niet aanwezig. Het hof stelde dat de verdachte afstand had gedaan van zijn recht om gehoord te worden, mede gebaseerd op een niet-ondertekende afstandsverklaring.

De Hoge Raad oordeelde dat deze verklaring, waarin werd vermeld dat de verdachte niet op de hoogte was van de zitting en reeds een verlenging voor de raadkamer had afgetekend, onvoldoende is om te concluderen dat de verdachte daadwerkelijk afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. Hierdoor was het oordeel van het hof niet begrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd.

De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep. Hiermee wordt gewaarborgd dat de verdachte zijn recht op een eerlijk proces kan uitoefenen, inclusief het recht om gehoord te worden tijdens de zitting.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling vanwege onduidelijke afstand van het aanwezigheidsrecht.

Uitspraak

22 februari 2005
Strafkamer
nr. 01867/04
SG/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 21 april 2004, nummer 21/005217-03, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Inrichting voor Dagdetentie "De Berg" te Arnhem.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 10 oktober 2003 - de verdachte ter zake van 1. "overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994", 2. "overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994" en 3. "overtreding van artikel 107, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld ten aanzien van 1 en 2 tot vier weken gevangenisstraf met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vijftien maanden en ten aanzien van 3 tot één week hechtenis, met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.F. van Dam, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch om de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte althans ontoereikend gemotiveerd heeft aangenomen dat de verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht om op de terechtzitting van het Hof gehoord te worden.
3.2. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 7 april 2004 is de verdachte aldaar niet verschenen. Het proces-verbaal houdt, voorzover hier van belang, voorts in:
"De verdachte heeft afstand gedaan van zijn recht om gehoord te worden ter terechtzitting van heden.
Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan."
3.3. Bij de ingevolge art. 434, eerste lid, Sv door de Griffier van het Hof aan de Griffier van de Hoge Raad gezonden stukken van het geding bevindt zich een faxbericht van 7 april 2004, met in de aanhef het parketnummer van de onderhavige zaak en inhoudende een niet door de verdachte ondertekende "afstandsverklaring" waarop is aangetekend:
"Wenst niet te tekenen, want betrokkene was niet op de hoogte van, dat deze zaak vandaag diende. Tevens had hij voor vandaag afgetekend voor de raadkamer: verlenging 30 dgn. Dit heeft elkaar dus gekruisd."
3.4. In het licht van de hiervoor onder 3.3 weergegeven inhoud van de "afstandsverklaring" is het oordeel van het Hof dat de verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht om ter terechtzitting van het Hof te worden gehoord, niet begrijpelijk.
3.5. Het middel treft dus doel.
4. Slotsom
Het vorenoverwogene brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak;
Wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 22 februari 2005.